Het gebeurt niet alleen u — slapen wordt voor veel mensen na hun vijftigste lastiger. Misschien ligt u vaker wakker, wordt u ’s nachts meerdere keren wakker of voelt u zich ’s ochtends niet meer uitgerust. Dat heeft weinig te maken met ‘zwakkere wilskracht’ en alles met uw lijf, leefstijl en soms onopgemerkte gezondheidsproblemen.
Wat verandert er in uw lichaam?
Een paar feiten die veel mensen verrassen: de aanmaak van melatonine neemt af, de diepe slaap (slow-wave sleep) neemt duidelijk af en het circadiane ritme verschuift vaak naar vroeger. Dat betekent dat u minder herstellende slaap krijgt en vaker licht wakker wordt. Daarnaast spelen chronische pijnen, nachtelijk plassen (nocturie), medicatie en slaapapneu een grote rol.

De meest voorkomende oorzaken
- Biologie: minder melatonine en minder diepe slaap met het ouder worden.
- Medische problemen: slaapapneu, prostaatklachten bij mannen, reuma of chronische pijn.
- Medicijnen: sommige bloeddrukmiddelen, antidepressiva en diuretica verstoren de slaap.
- Leefstijl: alcohol, koffie laat op de dag, onregelmatige uren en schermlicht.
Praktische stappen die echt helpen
Ik spreek dagelijks mensen die denken dat ze “gewoon moeten leren accepteren” dat ze slechter slapen. Dat is niet het eerste antwoord. Probeer deze stappen — overzichtelijk en toepasbaar.
- Maak uw slaapkamer koel en donker. Richttemperatuur rond 16–18 °C en geen blauw schermlicht een uur voor bedtijd. Gebruik warm licht (Philips Hue kan hierbij handig zijn).
- Houd een vaste slaaproutine. Ga elke dag ongeveer op hetzelfde tijdstip naar bed en sta op dezelfde tijd op — ook in het weekend.
- Beperk vloeistoffen en cafeïne. Geen koffie na 14:00, minder alcohol in de avond en minder drinken vlak voordat u gaat slapen (vooral bij nachtelijk plassen).
- Beweeg liever overdag. Regelmatige matige inspanning verbetert de slaap, maar intensieve training vlak voor het slapengaan niet.
- Kort dutjes en beperk ze. Maximaal 20–30 minuten en bij voorkeur vóór 15:00.
- Controleer medicatie en gezondheidsklachten. Bespreek bij de huisarts of apotheker welke medicijnen uw slaap kunnen verstoren en laat bloeddruk, prostaat of schildklierfunctie checken als dat relevant is.
- Overweeg CBT‑I. Cognitieve gedragstherapie voor slapeloosheid (CBT‑I) is wetenschappelijk het meest effectief op de lange termijn en wordt steeds vaker aangeboden via huisarts of slaapcentrum.
- Melatonine—kort en verstandig. Lage doses melatonine (bijvoorbeeld 1–2 mg) kunnen tijdelijk helpen bij circadiane verschuivingen, maar overleg eerst met uw huisarts.

Wanneer naar de dokter?
Ga naar de huisarts als u: veel snurkt en stopt met ademen, onverklaarbare pijn heeft die uw nachten verstoort, of als u medicijnen slikt die uw slaap lijken te beïnvloeden. Slaaponderzoek of een verwijzing naar een slaapcentrum kan nodig zijn — en helpt vaak meer dan zelf gaan experimenteren met slaapmiddelen.
Een persoonlijk slot
Ik heb veel mensen gezien die met kleine aanpassingen hun slaap aanzienlijk verbeterden: slaapkamer koeler maken, telefoons uit, en een kort gesprek met de huisarts over medicatie. Het is zonde om slechte slaap als “ouderdom” te accepteren zonder eerst gericht te kijken wat er precies speelt.
Probeer één van de tips deze week en vertel hieronder wat er veranderde — of welke vraag u nog heeft. Uw ervaring kan anderen helpen.
























